-
Notifications
You must be signed in to change notification settings - Fork 2
Installatie tutorial
Met GeoDMS, de RSopen projectbestanden en de geografische brondata kun je scenario's doorrekenen voor het toekomstige landgebruik in Nederland, met de nadruk op het stedelijk gebied.
Deze pagina gaat over het opzetten van een werkende installatie en over het draaien vanuit de GUI. Voor een reeks zichtjaren over meerdere varianten, die uren duurt, zie Batchrun draaien.
Installeer een recente release van GeoDMS. Welke
versie je minstens nodig hebt bepaalt de configuratie zelf: cfg/main.dms draagt een IntegrityCheck
die versie 17.9.4 of hoger eist en anders meteen afbreekt met de melding dat je een nieuwere versie
moet gebruiken. Dat is de ondergrens en niet het advies. De configuratie loopt mee met de
ontwikkeling van de engine, dus draai bij voorkeur dezelfde versie als de rest van het project; voor
de NL2120-toepassing is dat GeoDms20.17.0.m.
De installatie zet elke versie in een eigen map onder C:\Program Files\ObjectVision, dus meerdere
versies naast elkaar bijten elkaar niet, en een batchrun kiest er een via het volledige pad naar
GeoDmsRun.exe.
Voor de eerste kennismaking met de GUI en het inladen van een configuratie is er een module van de GeoDMS Academy.
git clone https://github.com/ObjectVision/RSopen.git
Of gebruik een git-client zoals TortoiseGit met dezelfde link, of download het project als zip.
Let op de branch. main draagt de algemene versie; per toepassing is er een eigen branch, zoals
NL2120. Wie de resultaten van een toepassing wil reproduceren heeft die branch nodig en niet
main.
De naam van de map waarin je clonet is niet vrijblijvend. GeoDMS leidt de map met ontkoppelde
tussenbestanden af uit de instelling LocalDataDir plus de naam van de map boven cfg. Een clone in
C:\ProjDir\RSopen_NL2120 schrijft dus naar C:\LocalData\RSopen_NL2120. Wie dezelfde
tussenbestanden wil delen met een tweede werkkopie of met een andere machine, moet dezelfde mapnaam
aanhouden.
De geografische brondata wordt niet met de repo meegeleverd en is omvangrijk. Een deel ervan is
bovendien niet openbaar: plancapaciteiten en enkele andere bestanden staan apart onder PrivDataDir.
Neem voor toegang contact op met de ontwikkelaars van het model bij Object Vision en PBL.
De paden naar de brondata staan in cfg/main/ConfigSettings.dms, in de container Overridable. Ze
zijn allemaal opgebouwd uit %sourceDataDir%, dus in de regel hoef je alleen die ene instelling goed
te zetten. Twee paden staan er dubbel in, met een machinenaam als commentaar erachter: op de ene
machine hangt de bronmap een niveau dieper dan op de andere. Controleer welke van de twee bij jouw
installatie hoort.
GeoDMS bewaart twee paden per gebruiker en per machine, en het model leunt op allebei:
| Instelling | Waarvoor |
|---|---|
SourceDataDir |
de wortel waar %sourceDataDir% naar verwijst, dus alle invoerdata |
LocalDataDir |
waaronder de ontkoppelde tussenbestanden en de resultaten worden weggeschreven |
Zet ze in de GUI via Tools en dan Options. Ze belanden in het register onder
HKCU:\SOFTWARE\ObjectVision\<MACHINENAAM>\GeoDMS, en GeoDmsRun.exe leest dezelfde sleutel, dus
een batchrun neemt ze vanzelf over. Nakijken kan zo:
Get-ItemProperty "HKCU:\SOFTWARE\ObjectVision\$env:COMPUTERNAME\GeoDMS" |
Select-Object LocalDataDir, SourceDataDirDe parameters uit ConfigSettings/Overridable zijn te overschrijven via het menu Tools, Options,
Config Settings. Een omgevingsvariabele met dezelfde naam doet dat niet, voor RSo_DataDir niet en
voor LocalDataProjDir niet.
Er zijn veel knoppen. De generieke staan in /ModelParameters, de variantspecifieke in
/VariantParameters/VariantK. Daar kies je onder meer het studiegebied, de rekenresolutie, het
basisjaar en het laatste zichtjaar, en welke sectoren meedoen in de allocatie. Na een wijziging
herlaad je de configuratie met alt + r.
Twee instellingen bepalen sterk hoe een run zich gedraagt.
Model_FirstZichtjaar en Model_FinalYear bepalen de reeks zichtjaren. De rest van de configuratie
leidt die reeks daaruit af, dus je hoeft jaartallen nergens anders te herhalen.
StandAllocatieOntkoppeld bepaalt of alle zichtjaren in een proces blijven of dat elk zichtjaar de
stand van het vorige uit een tif terugleest. Los is zuiniger met geheugen en herstartbaar na een val,
maar vraagt per zichtjaar een eigen aanroep. Zie Batchrun draaien.
-
Kies eerst het studiegebied en de overige instellingen in
/ModelParameters. Na een wijziging de configuratie herladen met alt + r. -
Maak de voorbewerkte gegevens in twee lagen. Eerst de generieke, met
/WriteBaseData/Generate_Run1en daarna/WriteBaseData/Generate_Run2. Herlaad, en maak dan de variantspecifieke gegevens met/WriteVariantData/per_Variant/<variant>/Generate_Run1en daarna/Generate_Run2. De tweede ronde bestaat omdat een deel van de afleidingen de uitkomst van de eerste ronde als invoer terugleest.

-
Nu staat alles klaar om een casus door te rekenen. Een casus is de combinatie van een scenario en een variant, en heet in de boom naar allebei, bijvoorbeeld
WLO_hoog_BAU. -
Reken een zichtjaar door met
/Allocatie/<casus>/Zichtjaren/Y2040/Impl/Generate. Dat schrijft inLocalDataeen aantal mappen met tif-bestanden. Herlaad de configuratie na elk zichtjaar en start dan het volgende: het model bouwt voort op de stand van het vorige zichtjaar. Zichtjaren overslaan kan niet zomaar, want de padafhankelijkheid loopt via die stand. -
Daarna vind je onder
/Indicatoren/<casus>de effecten en indicatoren, die je per stuk kunt uitrekenen en bekijken. De volledige export naar bestanden zit onderZichtjaren/Export/Generate_Indicatoren; losse uitvoerbestanden en thema's staan daaronder ingenerates.

Een reeks zichtjaren over meerdere varianten duurt uren en past niet in een GUI-sessie. Gebruik
daarvoor de scripts in batch/, zie Batchrun draaien.
- Windows 10 of nieuwer.
- Voor heel Nederland minstens 64 GB werkgeheugen. De machine waarop de NL2120-productieruns draaien heeft er 128.
- Schijfruimte voor de brondata plus de tussenbestanden. Voor de tussenbestanden en resultaten van een volledige reeks met meerdere varianten is dat orde vijftig gigabyte, bovenop de brondata.
- Een snelle schijf loont: het model leest en schrijft veel grote rasters.
Object Vision B.V.
Deel I — Wat is het model?
Deel II — Hoe werkt het model?
- Tijdsdynamiek
- Startstaat (basisjaar)
- Beschikbaarheid
- Geschiktheid
- Dichtheid
- Allocatie procedure in formules
- Allocatieprocedure per sector:
- Landgebruikskaart
- Effectmodules en indicatoren
Deel III — Toepassingen
- Scenario's en beleidsvarianten
- Toepassing: NL2120
- Toepassing: RV 2023
- Proeftoepassing: Friesland 2024
Deel IV — Overig